Het principe van een kompas is sinds het ontstaan rond het jaar 1200 eigenlijk niet meer veranderd. Een kompas is namelijk niets meer dan een vrij draaiende magneet, die zich naar het magnetisch veld van de aarde richt en op die manier altijd naar de magnetische Noordpool wijst.Alle andere Silva kompassen van Bever vind je hier
Nu gaan we in dit blog niet uitgebreid stil staan bij de toepassing van het kompas, maar staan we specifiek stil bij het verschil tussen de twee meest voorkomende en gebruikte analoge kompassen; namelijk de plaatkompas en de de spiegel (of peil) kompas. Dit doen we aan de hand van de Silva Ranger en de Silva Ranger S.
De basis
Ieder kompas bestaat uit aantal basisonderdelen. Om te beginnen de kompasnaald (A). Deze wijst met het gekleurde gedeelte naar het Noorden. De naald is geplaatst in een zogenaamde roos (B), deze is draaibaar en voorzien van lijnen die noordlijnen (C) worden genoemd. Aan de buitenkant van de roos staat een maatverdeling in graden (D), waarbij 180° Zuid is en 360° Noord. Aan de binnenkant van de roos zijn de meeste kompassen voorzien een declinatieschaal (E). Met een declinatieschaal kan het verschil tussen het geografische Noorden (dus dat van de aardbol) en het magnetische Noorden (dat wat het kompas aanwijst) gecompenseerd worden. Tevens zit aan de binnenkant van de roos de oriëntatiepijl, welke te gebruiken is bij het bepalen van de richting.
De roos is gemonteerd op een plaat (G) of in een huis. De plaat/huis is voorzien van een richtingspijl (I) en vaak ook nog van linialen met verschillende schalen (H). Sommige kompassen, zoals in dit voorbeeld de Silva Ranger, is tevens voorzien van een vergrootglas (J). Handig voor het lezen van gedetailleerde informatie op de kaart. Je zou er zelfs vuur mee kunnen maken op een zonnige dag.
Plaatkompas Vs Spiegelkompas: de verschillen
Het grootste verschil tussen een plaatkompas vs spiegelkompas komt tot uiting bij het bepalen van de richting waarin je wilt gaan. Er vanuit gaande dat je net een koers (in graden) hebt bepaald, is het makkelijk om een herkenbaar object in de verte uit te kiezen waar je naar toe kunt lopen. Bij plaatkompassen zonder spiegeltje moet je, om je richting te bepalen, het kompas op 'buikhoogte' aflezen. Alleen dan kun je namelijk zicht houden op de roos van het kompas en het object in het landschap. Je 'viziert' dus als het ware vanaf je buik. En dit werkt een bepaalde onnauwkeurigheid in de hand.

Bij een spiegelkompas kun je de roos en het object in het landschap in elkaars verlengde zien. Je 'viziert' dus in één oogopslag de koers en het object. Dit leidt tot hoge nauwkeurigheid van de richting waarin je moet gaan. Om te kunnen vizieren (of peilen) open je de spiegel tot ongeveer 45 graden. Dit geeft het beste beeld van gradenboog (de te volgen koers) en het object in het landschap.

In onderstaande voorbeeld is een koers van 120 graden uitgezet. Kijkend naar de oriëntatie en door het oog van vizier (zie rode pijl) zien we het object in de verte die als oriëntatiepunt kan worden gevolgd om op koers te blijven.

Ook kan de uitsparing aan de bovenzijde van de spiegel (zie rode pijl hieronder) worden gebruikt voor hetzelfde doel.
Het voordeel van het peilen op deze manier is dat je niet continue je kompas er bij hoeft te pakken om te kijken welke kant je uit moet gaan. Zolang je het object in het landschap maar in de gaten houdt kun je zelfs met de grootste omwegen toch op de juiste plaats van bestemming komen.
Bijkomende voordelen
Een bijkomend voordeel van een spiegelkompas is dat er ook lichtsignalen, bijvoorbeeld in geval van nood, over lange afstanden mee gegeven kunnen worden (mits de zon schijnt). Om het gereflecteerde licht enigszins te richten, kan je met twee vingers een V-vorm maken op armlengte en een richtdoel tussen deze v-vorm plaatsen. Plaats de open kompas spiegel rechtop dicht bij je ogen en draai de spiegel totdat het gereflecteerde zonlicht op je vingers schijnt. Door het kompas nu lichtjes van links naar rechts te bewegen ontstaat er een knippersignaal.

Een ander bijkomend voordeel is dat met de spiegel deksel volledig geopend er een langere rechte lijn kan worden getrokken tussen twee punten op de kaart voor het bepalen van de koers. Ook zorgt een gesloten spiegel deksel voor extra bescherming van metname de roos.
Conclusie
In essentie kan zowel met het plaatkompas als met het spiegelkompas prima genavigeerd worden. In de basis hebben ze exact dezelfde functies. Voor wat betreft het nauwkeuriger bepalen van de bewegingsrichting heeft een spiegelkompas de voorkeur. Doordat koers en objectbepaling in één oogopslag kan plaatsvinden ontstaat eenvoudigweg een meer gedetailleerdere bewegingsrichting. Hier moet wel bij vermeld dat dit voordeel het beste tot zijn recht komt in grote open landschappen. In dichte bossen of plekken zonder goede oriëntatiepunten vat dit voordeel direct weg.
Silva kompassen
Voor het maken van dit blog maakten we gebruik van de Silva Ranger en de Silva Ranger S. Voor beide modellen zetten we graag de specificaties even voor jou op een rij.
Silva Ranger | Silva Ranger S | |
Type | Plaat | Spiegel |
Linialen | 1:25k, 1:50k, mm/cm | 1:25k, 1:50k, mm/cm |
Declinatie schaal | Ja | Ja |
Draagkoord | Ja, met 1:25k, 1:50k schaal | Ja, met 1:25k, 1:50k schaal |
Extra's | Vergrootglas, draagkoord met 1:25k en 1:50k schaal | Draagkoord met 1:25k en 1:50k schaal |
Gewicht | 33 gram | 58 gram |
Afmeting | 107 x 54 x 10 mm | 87 x 59 x 18 mm |
Adviesprijs | €39.95 | €48.50 |
Meer weten? Kijk dan op www.silva.se
Andere modellen bekijken? Check ze hieronder!